Het huidige scooterpark is op technisch vlak niet meer te vergelijken met de scooters of bromfietsen van vroeger. De scooter van tegenwoordig is eigenlijk een geheel nieuw concept van vervoer/transport wat goed en doordacht ontworpen is.
De onsteking:
Tegenwoordig zijn alle scooters voorzien van een zogeheten elektronische (
Capacitive Discharge Ignition) ontsteking zonder contactpunten en wordt het moment van ontsteken elektronisch geregeld.
In ''the old days'' had een ontsteking
contactpuntjes welke het ontstekingstijdstip bepaalden. Helaas waren contactpuntjes onbetrouwbaar omdat ze aan slijtage onderhevig waren. Contactpuntjes moesten regelmatig opnieuw afgesteld worden en na verloop van tijd moest men ze uiteraard vervangen vanwege volledig versleten of ingebrande contactpunten.
Oude type ontsteking
Vroeger was de ontsteking dan ook meestal het zwakke punt van een 2-takt of 4-takt benzine motor. Ook regelmatig losgetrilde grondplaat kon flink op de zenuwen werken.
Nieuwe type ontsteking (zonder grondplaat)
De moderne elektronische ontstekingen zijn er in verschillende uitvoeringen met specifieke voor en nadelen. Hier laat ik echter een ontsteking zien die je op veel scooters tegenkomt (gemonteerd zit) met bijbehorende uitleg en kleuren bedrading. (verschilt per merk)
Ontsteking Minarelli horizontaal/verticaal
De CDI:
De huidige generatie elektronische ontstekingen zorgen er dan ook voor dat het ontstekingstijdstip in alle omstandigheden perfect te regelen is i.s.m de CDI en bobine.
CDI Minarelli type Ducatie
* = Bij Minarelli (Bj 1996/2001) is de signaaldraad Zwart/Wit of (na 2001) Rood/Wit, echter bij nieuwere modellen kan het ook Blauw/Wit zijn. Bij Aprilia SR met een Morini blok is signaaldraad Bruin.
Bobine:
De bobine heeft tot taak de aangevoerde lage spanning om te zetten in een hoge, door middel van inductie. Het primaire of laagspannings gedeelte bestaat uit een klein aantal wikkelingen van dikke draad, het secundaire of hoogspannings gedeelte uit een groot aantal wikkelingen van dunne draad.
''Anders gezegd'' Om de spanning die de bougie nodig heeft op te wekken, hebben we een transformator nodig die het signaal van laagspanning naar hoogspanning omzet. Deze transformator is beter bekend onder de naam bobine. Om goed te functioneren moet de bobine op tijd een stabiele, korte puls krijgen. Deze stabiele puls wordt geleverd door de CDI unit

Bobine Minarelli.
Vliegwiel/Rotor:
Zodra vliegwiel/rotor gaat draaien wordt er in de ontstekingsspoel een spanning van ruim 100 volt opgewekt. Het positieve deel van deze stroom kan door de diode waardoor de condensator wordt geladen. De stroom kan niet door de thyristor, omdat deze niet “open” geschakeld is.
De metalen strip op de rotor komt langs de pick-up. Hierdoor wordt er in de pick-up een kleine spanning opgewekt. Bij het bereiken van een bepaalde spanningswaarde wordt de thyristor “open” geschakeld.
De condensator kan zich nu snel ontladen over de primaire spoel
(links op pica) in de bobine. De korte maar snelle ontlading veroorzaakt een snelle magnetische veldverandering in de bobine. Hierdoor ontstaat door induktie in de secundaire spoel
(rechts op pica) de hoogspanning voor een korte en krachtige vonk ( 10 kV -20 kV). De plaats van de metalen strip op de rotor en de plaats van de spie in de rotornaaf (krukas) zijn bepalend voor het ontstekingstijdstip i.v.m. de stand van de zuiger vóór BDP. (BDP: bovenste dode punt)
(Een wat makkelijker uitleg) Zodra het vliegwiel gaat draaien wordt er in de ontstekingsspoel een wisselspanning opgewekt. (idem bij de lichtspoelen)
D.m.v voeding van ontstekingsspoel wordt er een condensator in je CDI voorzien van energie, (een condensator is een soort opslagvat voor elektrische energie)
d.m.v. een puls van je pick-up word deze opgeslagen energie "losgelaten" op je bobine daardoor komt er een spanning van rond de 10/20.000+Volt aan de secundaire kant van de bobine en dus op je bougie.
Deze beide signalen lopen naar je CDI, die pickup puls "bedient" een thyristor (soort electronische schakelaar) de thyristor schakelt de ontstekingspuls. Op de bobine zitten 3 aansluitingen, namelijk de massa en de andere 2 zijn de CDI en de Bougie aansluiting.
HV-supply = Aanvoer energie, (hoog voltage)
Capacitor = Condensator,
Switch = Thyristor, (schakelaar)
Ignition coil = Bobine,
Sparkplug = Bougie,
Sensor = Pick-up sensor,
Conditioning = Ontsteking + vliegwiel.
Op bovenstaande afbeelding zijn de pickup-sensor en het vliegwiel met de donor-magneet te zien. Belangrijk op dit punt is dat er twee merktekens op staan. Namenlijk op 12 graden BDP en op 72 graden BDP. Zodra de strip langs de sensor gaat krijgt de CDI een signaal om de opgeslagen energie naar de bobine te sturen. Dus als de zuiger bovenin staat laat de CDI de opgeslagen energie los die vervolgens naar de bobine (en bougie) gaat en voor een krachtige vonk zorgt zodat er een explosie in de verbrandingskamer plaats vind.
De krukas en vliegwiel-spie:

Zoals je kunt zien op de pic's hebben zowel de krukas als vliegwiel een uitsparing en een inkeping. Die zitten er uiteraard niet voor niets.
Deze zijn bedoeld om het vliegwiel niet te laten verlopen zodat de bobine (en bougie) altijd op het juiste moment een signaal krijgen om het mengsel in verbrandingskamer te ontsteken.
De ontwikkelingen in de elektronische ontstekingen zijn dus met sprongen vooruit gegaan. De laatste jaren is een enorme vooruitgang geboekt door bij ieder toerental een ander ontstekingstijdstip toe te passen. Hierdoor zijn de motoren zuiniger en milieuvriendelijker geworden en leveren ze meer power/vermogen. Een goed startende scooter die in elk toerengebied prima loopt is het gevolg hiervan. Daarnaast zul je het ook merken in de pleuro-buidel want door deze moderne ontstekingtechniek is het brandstofverbruik een stuk lager dan vroeger het geval was.
Wat is een gelijkrichter/spanningsregelaar?
De naam zegt het eigenlijk al. De spanningsregelaar of gelijkrichter regelt de spanning van het electrische gedeelte van je scoot/brommer en zorgt er voor dat deze niet te hoog oploopt. De spanningsregelaar of gelijkrichter voorkomt schade aan je electronica.
Wat doet dit onderdeel?
Een spanningsregelaar zet de stroom die wordt opgewekt door de "dynamo/laadspoel(ontsteking)" in het motorblok om van een wisselspanning (AC) naar gelijkspanning (DC). Hierdoor wordt de accu van de scooter opgeladen, en krijgt het voor en achterlicht elektriciteit.Dit is simpel gezegd. Maar hoe werkt het nu toch echt in zo'n klein kastje zul je je afvragen. Hoe het werkt zal ik hieronder zo goed mogelijk proberen uit te leggen. Als voorbeeld nemen we een regelaar met 4 pins aansluitingen. (ze zijn er ook met 5/6 pins)
Spanningsregelaar 12V 4 pins aansluitingen.
Deze spanningsregelaar kent vier aansluitingen. Hierboven zie je ze op de foto aangegeven. Drie van de vier aansluitingen, de nummers 2, 3 en 4 staan in verbinding met de dynamo/ontsteking. De andere is rechtstreeks op de accu aangesloten om deze van laadstroom te voorzien.
nr 1: Rechtstreeks aangesloten op de + pool van de accu.
nr 2: Aangesloten op de ontstekings(laad)spoel.
nr 3: Aangesloten op de lichtspoelen van ontsteking.
nr 4: Aangesloten op de massa van dynamo/onsteking.
Wat zit er in de spanningsregelaar?
In de spanningsregelaar zitten twee relais (op SMD* printplaat). Het eerste relais de automaat verbindt de accu door met de laadspoel van ontsteking. Het tweede relais, de regelaar, voorkomt dat de spanning die de laadspoel opwekt en aan de accu doorgeeft, te groot wordt waardoor de accu zou beschadigen. (* zie onderaan laatste post)